De bovenmatige glamour van de pandgevers bij de lommerd

Deze column verscheen op 26 juni 2020 in Het Parool

illustratie gemaakt door Artur Krynicki

Het is druk bij de lommerd. Kopers en pand­gevers staan in afgetapete vakken te wachten tot ze zaken kunnen doen met de pandjesbaas aan de andere kant van het plexiglas. Een vrouw met een wit hondje loopt in en uit, eerst met een sigaret tussen haar wijs- en middelvinger, daarna omdat ze haar fiets aan een paal vast wil zetten. Het hondje springt vrolijk met haar mee, verheugd over de actie en beweging. De vrouw werkt hier niet, maar is duidelijk kind aan huis.

De grote vitrinekasten, waar je alleen met een sleutel in kan, liggen vol met schatten. Designertassen, zonnebrillen, alle soorten elektronica en glimpen uit het verleden zoals grafische rekenmachines van Texas Instruments en stapels dvd’s.

Het pronkstuk van de verzameling zijn de sieraden. Ze zijn van echt goud, bezet met echte edelstenen en in ontwerp even uitbundig en overdadig als de levensstijl van hun vorige eigenaren. Schreeuwerige uurwerken en zonnebrillen met glazen zo groot als koffieschotels blinken me tegemoet door het gepantserde glas van de toonbank. Aan de rand van het display liggen bescheidener stukken, waarvan de sentimentele waarde waarschijnlijk groter was dan wat de lommerd er voor zal vangen.

De pandjesbaas onderhandelt streng. Voor een laptop geeft hij nog geen 100 euro en ook de man met een tas vol smart­phones haalt bakzeil. Hij blijft aandringen, maar is niet opgewassen tegen de stalen zenuwen van de man achter het plexiglas en zijn trouwe vriendin.

“Geen opladers, geen geld,” zegt de pandjesbaas. “Hoe kan hij nou weten dat je die niet gepikt hebt? Zonder opladers?” tettert de vriendin.

Uiteindelijk nemen ze de mobieltjes wel aan, maar voor nog geen vijf euro per stuk.

Een koper, die zijn oog heeft laten vallen op een tweedehands iPad, krijgt geen cent van de vraagprijs af geluld. “Kwaliteit is kwaliteit,” bromt de pandjesbaas.

Ik zou niet durven een van deze schatten te kopen. Hoe je kunt genieten van iets wat iemand hier in wanhoop naartoe bracht, is mij een raadsel. Zeker nu veel mensen geldproblemen hebben en er een economische crisis boven onze hoofden hangt, blijf ik liever weg bij de bovenmatige glamour die de pandgevers de das omdeed.

Toch doen mijn hebberige ogen zich tegoed aan een fraaie Rolex.

“Mejuffrouw, zeg het maar! Kopen of verpanden?” Ik word gewekt uit mijn glittertrance. “Geen van beide. Volgens mij heeft u mijn DHL-pakketje.”

Teleurgesteld schakelt de pandjesbaas van zijn onderhandelmodus over naar zijn postkantoorsetting.

“Naam?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *