Voor millennials moet zelfs thuiszitten een ‘experience’ zijn

Dit artikel verscheen op 15 april 2020 op de website van HP/De Tijd

Er hangt een rare sfeer in de stad. Dezelfde soort spanning die je in een huis voelt waar een puber iets wil dat zijn ouders verbieden. Geen toegang hebben tot horeca, kunst, cultuur en het nachtleven maakt ons nukkig, geërgerd, on edge. Het lukt ons niet om ons neer te leggen bij het niks doen, want dat thuis zitten – dat is toch ellendig?

Ik schrijf wel ‘niks doen’ maar feitelijk doen we absoluut niet niks. Degenen met vitale beroepen doen op dit moment al helemaal niet niks, maar ook de thuiszitters doen eigenlijk vanalles. Computerberoepen worden gewoon thuis alsnog uitgeoefend en in de vrije uren facetimen we, we knutselen, we klussen, leren koken, maken massaal schoon. Maar om nou te zeggen dat er iets te beleven is… 

De randstedelijke millennial (de bevolkingsgroep waar ik zelf ook toe behoor) neemt niet zomaar genoegen met vertier in eigen leefomgeving. We willen naar buiten. Sterker nog: we moeten alles wat het stadse leven ons te bieden heeft. Alle films zien, alle clubs in, naar alle borrels, festivals, en tunnelraves, alle pubquizen ownen, en van de drag queens verliezen bij de bingo. We moeten aan het water staan tijdens de Canal Parade en ‘s ochtends vroeg parels vissen op de Koningsdagmarkt. We moeten vervolgens die parels dan weer met marginale winst doorverkopen op de populaire vlooienmarkt in de IJ-hallen en een social media-presence cultiveren voor deze side hustle (= millennial-taal voor een online marketingplan opstellen voor de kleine onderneming waar je secundaire inkomsten mee genereert).

Geen toegang hebben tot horeca, kunst, cultuur en het nachtleven maakt ons nukkig, geërgerd, on edge.

Thuis zitten doen we nooit zonder reden, of als het ons toch een keer overkomt beschrijven we uitvoerig op social media hoe high on cancelled plans we wel niet zijn. In onze stories (korte videoverslagen op Instagram) of tijdens de lunch op kantoor de volgende dag scheppen we op over de zalige opluchting van een afzegging – hoe lekker het wel niet is om even bevrijd te worden van onze geplande avondbesteding. Maar eigenlijk vinden we het ongemakkelijk. Want in de leegte, tijdens dat niks doen, lopen we het risico dat ons een akelig gevoel bekruipt. Een nare sensatie die over je ruggengraat naar boven klimt en met ijskoude vingers in je nek knijpt om in je oor te fluisteren: mis je niet iets? 

Die sensatie heet FOMO: Fear Of Missing Out. We zijn panisch iets aan ons voorbij te laten gaan, of erger nog: een kans te missen. Iets mislopen gebeurt ons niet zo vaak, want we’re living the dream – toch? We hebben grote sociale levens, kunnen dag en nacht met vrijwel iedereen ter wereld communiceren en hebben altijd keuze uit een ruim aanbod van entertainment. Maar in deze rare tijd moeten we opeens inleveren op ons droomleven en dat triggert een bijzonder reflex.

De huidige crisis dwingt ons in survival-modus. Een reflex op onzekere tijden. Tot zover begrijpelijk. Hoewel ik geen bioloog ben, lijkt het me een evolutionair verklaarbaar fenomeen. Maar voorbij de vrees zonder eten, wc-papier of inkomen te moeten, raast de angst dat we te kort komen behoorlijk ver door. Opvallend aan deze crisis is dat duidelijk wordt wát de moderne stedeling tegenwoordig eigenlijk beschouwt als eerste levensbehoeften. Als we allemaal voorzien zijn van de basis (een bed om in te slapen en iets te eten), is onze honger nog niet gestild. Zelfs tijdens een mondiale ramp als Covid-19. We willen meer, we willen avontuur, erop uit! Want als je niet naar buiten mag, wat blijft er dan nog over? 

Opvallend aan deze crisis is dat duidelijk wordt wát de moderne stedeling tegenwoordig eigenlijk beschouwt als eerste levensbehoeften.

Horeca, entertainment, of uitgaan zien wij niet meer als de krenten in de pap, maar als het broodnodige. En wanneer er inbreuk wordt gedaan op onze lifestyle, raken we in paniek, klampen we ons vast aan wat we kennen en zoeken we de grens op van het regime. Terwijl we goed op de hoogte zijn van de risico’s. We lezen allemaal het nieuws en laten ons maar al te graag informeren over alle gevaren van de pandemie, maar toch voelt het tijdelijk afzien van onze gebruikelijke lifestyle als een gigantisch offer. 

FOMO gaat ver voorbij onze (bio)logische reflexen. Het is een moderne kwaal die ons beslissingen laat nemen die vaak tegen ons eigen goed indruisen. In normale tijden zorgt FOMO ervoor dat je tot om vijf uur ‘s ochtends nog in de club staat terwijl je om negen uur moet vergaderen en een Instagram-account hebt omdat je er anders niet bij hoort. Maar in crisistijd drijft het ons tot onnodige risico’s nemen en eigenlijk ronduit asociaal gedrag, omdat we als de dood zijn voor een gebrek aan experiences.

Idealiter hebben we te allen tijde iets te beleven. Ons moderne leven is ingedeeld op ervaringen, en de mogelijkheid die experiences te delen met anderen is daar een belangrijk onderdeel van. Met al deze belevenissen genereren we namelijk een van de belangrijkste valuta in onze samenleving: aandacht.

Het is natuurlijk geen recente ontwikkeling dat de aandacht van een publiek bepalend is voor succes in bepaalde branches. De schrijver die wél besproken wordt verkoopt de meeste boeken, het pindakaasmerk met de beste reclamespots heeft het grootste marktaandeel. Maar tegenwoordig worden niet alleen producten gemarket. Social media-gebruikers steken veel tijd en moeite in het nauwkeurig afbakenen en voeden van hun imago – of ze nou traditioneel ‘bekend’ zijn of niet. Aandacht van de ander, een publiek opbouwen, is waaraan veel jongeren hun persoonlijke succes toetsen. 

We definiëren onszelf onder het toeziend oog van de ander. Continu delen we over digitale kanalen met onze vrienden, familie of zelfs de hele wereld wat ons overkomt. Van de meest alledaagse taferelen tot uitzonderlijke gebeurtenissen als stadionconcerten of zelfs de geboortes van familieleden, alles wordt geregistreerd als: “Check! Dat heb ik beleefd.” De erkenning die we daar vervolgens voor krijgen voelt als een warm en welkom schouderklopje. Sterker nog, het voelt als een bevestiging van dat het écht gebeurd is.

Als ik het leuk heb in mijn woonkamer en niemand is daar getuige van, heb ik het dan wel leuk? 

In tijden van belevenisschaarste kunnen we dat maar moeilijk loslaten en maken we zelfs van thuis zitten nog een experience. We blijven digitaal nauw in contact met onze sociale circle, feestjes blijven op afstand georganiseerd worden via videochats en het gevoel van de eerste lentezon op onze uit het raam bungelende benen wordt op social media bekend gemaakt. 

Maar niet alleen staan we continu met onze intimi in contact, het bewijs van dat contact moet dan ook weer wereldkundig gemaakt worden om de aandacht van vage bekenden te vangen. Op social media verschijnt de ene na de andere schermopname van onze virtuele feestjes. Want, als ik het leuk heb in mijn woonkamer en niemand is daar getuige van, heb ik het dan wel leuk? 

Ondertussen hangt ons voor het eerst in lange tijd iets boven het hoofd waar we beducht voor zijn. Een zeldzaam fenomeen dat we zijn gaan zien als een vorm van falen: verveling. Verveling is namelijk per definitie het uitblijven van een experience en daarom niet geschikt om de aandacht mee te trekken. Verveling is alleen chic in het veinzen ervan, en dus posten we foto’s van onze spectaculair opgeknapte woonkamers met de hashtag #bored, of van onze waanzinnige maquillage (#zosaai #gewooneenuitprobeersel). Maar over echte verveling kun je niks berichten, omdat het een nulwaarde is. Net zoals de radio geen stilte uitzendt, kunnen wij geen verveling sharen. (Wat overigens niet wil zeggen dat er in stilte of verveling voor het individu niks te vinden is – in tegendeel.)

FOMO bestaat eigenlijk alleen in de reactie van de ander. Je hoeft niet bang te zijn iets mis te lopen als er niemand is die je daar op wijst. Je hoeft je ervaringen niet uit te zenden als niemand zijn antenne uit heeft staan. Quarantaine is per uitstek een oefening in het overwinnen van de FOMO – iets wat onze samenleving, of in ieder geval ons collectieve zelfbeeld, misschien wel ten goede zal komen. Hoe minder we onszelf dwingen te beleven, hoe meer tijd we overhouden om gewoon te zijn. Wie weet, misschien zal Covid-19 deze moderne kwaal de wereld uit helpen. Of misschien is het juist onze FOMO die ons zal behoeden voor het eenzaamheidsvirus waar onze koning zo bang voor is. In juni zullen we het merken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *